Naam Steenwijkerland
Code 1708
Provincie Overijssel
Inwonertal 43768

2018

Bron

Categorie Risico Kans Max. impact Gewogen bedrag
Sociaal domein Minimabeleid 20.0 110000.0 22000.0
Sociaal domein Participatiewet (re-integratie en WSW) None None None
Kapitaalgoederen Achterstallig onderhoud openbare ruimte 20.0 250000.0 50000.0
Sociaal domein WMO None None None
Sociaal domein Jeugdzorg None None None
Dividend/Rente Rentestijging 20.0 236000.0 47200.0
Belasting BTW-compensatiefonds None None None
Belasting Invoering vennootschapsbelasting None None None
BUIG Participatiewet (rijksbijdrage) 50.0 1280000.0 640000.0
Sociaal domein Participatiewet (uitkeringen) 50.0 1027000.0 513500.0
Projecten Investeringsprojecten ruimtelijk domein 50.0 2500000.0 1250000.0
Gemeentefonds Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds None None None
Belasting Rioolheffing 25.0 2500000.0 625000.0
Omgevingswet Omgevingswet None None None

0 1
0 Risico: Invoering vennootschapsbelasting
1 Omschrijving risico Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een vennootschapsbelastingplicht. Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De activiteiten van de gemeente zullen continu gemonitord moeten worden op de fiscale consequenties om fouten te voorkomen, de juiste beslissingen te nemen en alleen terecht deze belasting te betalen. Het is daarom zaak feiten en omstandigheden op de juiste wijze te presenteren en alert te zijn op (wijzigingen in) bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoedbeleid. Dit geldt tevens voor activiteiten, zoals detachering van personeel, werkzaamheden voor derden en samenwerkingsovereenkomsten.
2 Impact De invoering vergt een flinke investering voor de gemeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel. In 2017 is uitstel aangevraagd voor de aangifte over 2016 en een voorlopige aangifte ingediend met een geschat belastbaar bedrag van € 200.000. Het tarief bedraagt 20% voor een belastbaar bedrag tot en met € 200.000. Boven dit bedrag is het tarief 25%. Inmiddels is een voorlopige aanslag over 2016 en 2017 ontvangen en betaald. De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over 2016 en 2017 nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen. Mocht het fiscale resultaat over 2016 en 2017 nihil zijn zoals verwacht, dan zullen de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belasting voorzichtig inschatten. Het valt niet uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting.
3 (Beheers)maatregelen De gemeente laat zich begeleiden door een extern bureau zodat het fiscale resultaat op een juiste manier kan worden vastgesteld. Daarnaast wordt geïnvesteerd in het helder documenteren en vastleggen van het werkproces via een grondslagendocument en via een fiscaal beheersysteem.


0 1
0 Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het Gemeentefonds
1 O mschrijving risico De inkomsten uit de algemene uitkering uit het Gemeentefonds hebben de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op te anticiperen.
2 Impact Aangezien de gemeente voor een groot gedeelte afhankelijk is van de inkomsten uit de algemene uitkering en er van tijd tot tijd flinke bijstellingen zijn, kan dit betekenen dat het beleid moet worden bijgesteld. De impact is groter geworden vanwege de decentralisaties in met name het sociaal domein, waardoor het gemeentefonds groter is geworden in omvang. Daarmee is ook het risico voor de gemeente toegenomen.
3 (Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve – vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2. De reserve ‘Opvangen effecten decentralisaties (3D’s)’ is in het leven geroepen om tegenvallers binnen het sociaal domein op te vangen. De reserve kent een plafond van € 3 miljoen. Dit is tevens de omvang van de reserve in 2018.


0 1
0 Risico: Rentestijging
1 O mschrijving risico De rente bevindt zich op een heel laag niveau. Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar. Ook de spanningen in de wereld kunnen van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die niet te beïnvloeden zijn door ons als gemeente, maar die zich wel degelijk kunnen voordoen.
2 Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 236.000 in 2018 oplopend naar € 360.000 in 2021.
3 (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd.


0 1
0 Risico: BTW compensatiefonds (BCF)
1 O mschrijving risico De gemeente Steenwijkerland declareert BTW terug op grond van het BTW compensatiefonds. Landelijk gezien is hieraan een plafond ingevoerd. Als dit plafond wordt bereikt, worden de hogere uitgaven door het rijk gekort op de algemene uitkering. Door de mindere economische omstandigheden van de afgelopen jaren is dit plafond niet bereikt, maar komt door de aantrekkende economie wel eerder in beeld.


0 1
0 Impact De impact is zeer moeilijk te bepalen omdat het een macronorm betreft waarvan de rapportage van het ministerie van Financiën dient te komen.
1 (Beheers)maatregelen Bijzondere aandacht schenken aan het risico van de benadering van het BCF plafond en deze consequentie meenemen in de P&C rapportages.


0 1
0 Risico: Rioolheffing
1 Omschrijving risico De raad is de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing woningbouwstichting. Voor het laatst is dit gebeurd via paragraaf 3.2, weerstandsvermogen en risicobeheersing in het jaarverslag 2016. Het college heeft daarin gemeld dat er een procedure speelt van een woningstichting tegen de aanslag voor de rioolheffing van 2013, 2014 en 2015. De aan de woningstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn vernietigd. Het gaat om een bedrag van circa € 500.000 aan rioolheffing per jaar. Tegen de aanslagen 2016 en 2017 is ook bezwaar gemaakt. Tegen de uitspraak van de rechtbank is op 8 mei 2017 hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem.
2 Impact De impact is moeilijk te bepalen, omdat de zaak onder de rechter is en de uitkomst onzeker. Het eventuele risico wordt ingeschat in de categorie laag. Mocht de uitkomst negatief uitvallen voor de gemeente dan gaat het om forse financiële tegenvallers.
3 (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (‘Algemene reserve - vaste buffer’). Om de risico’s te verminderen voor toekomstige aanslagen kijken wij zeer kritisch naar de onderbouwing van de kosten, waaronder de overhead en de BTW.


0 1
0 Risico: Minimabeleid
1 O mschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabeleid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgenomen budget in de begroting 2018 bedraagt € 1,1 miljoen.
2 Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD.


0 1
0 Risico: Participatiewet (re-integratie en WSW)
1 O mschrijving risico De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is gepaard gegaan met een forse korting op de diverse rijksbijdragen. Ook de nieuwe regeling Beschut werk vormt een verhoogd risico, maar hier valt op dit moment nog niet zo veel over te zeggen.
2 Impact De economie draait op volle toeren, toch blijft het een moeilijke tijd voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Er is nog steeds een ruime risicokans dat het beschikbare budget niet toereikend is.


0 1
0 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD/NWG. Samen met de NWG wordt naar oplossingen gezocht op het gebied van extra inkomsten of extra uitstroom.


0 1
0 Risico: Achterstallig onderhoud openbare ruimte
1 O mschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. Met het actualiseren van de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn niet over hele linie op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, maar in sommige gevallen op ‘beperkt basis’.
2 Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000. Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages


0 1
0 Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein
1 O mschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonitord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een projectenlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzichtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de kans van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans-niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%.
2 Impact Om in zijn algemeenheid iets te kunnen zeggen over de financiële risico’s van alle lopende investeringsprojecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde impact van ca. 25% van de totale investerings-omvang. De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en


0 1
0 vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment ca. € 10 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 2,5 miljoen.
1 (Beheers)maatregelen Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheersing van de risico’s gemonitord.


0 1
0 Risico: Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)
1 O mschrijving risico Binnen de nieuwe Wmo worden drie risico’s onderkend. Voor de langere termijn is de hoogte van de rijksvergoeding voor de uitvoering van de Wmo een groot risico. Elke rijkscirculaire kan een toe- dan wel een afname betekenen voor het budget. Wel is het zo dat het budget in de meicirculaire 2017 lijkt te stabiliseren voor de jaren 2018 – 2021 op € 6,3 miljoen. Ook het feit dat mensen (met een zorgvraag) langer thuis moeten of willen blijven wonen levert risico’s op. Deze groep groeit en hiermee wordt een groter beroep op de gemeente gedaan en wijzigt ook de aard en intensiteit van de hulpvraag aan de gemeente. Ook moet de gewijzigde manier van inkoop genoemd worden als risico. Vanaf 2018 moet er ingekocht worden op basis van een reële kostprijs. Het vaststellen van deze prijzen is een complexe zaak. Wat dit precies betekent is nog niet geheel duidelijk. Daarnaast wordt vanaf 2018 niet meer afgerekend op basis van P x Q, maar op basis van een traject. Wat dit financieel inhoudt, voor aanbieder en gemeente, wordt in 2018 goed in de gaten gehouden.
2 Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment een bedrag aan gekoppeld kan worden.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Formuleren van een inkoopkader waarin bezuinigingsmogelijkheden zijn meegenomen. Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017-2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft een reserve ‘Opvang effecten decentralisaties (3D’s)’ in het leven geroepen. In deze reserve is een bedrag van € 3 miljoen gestort. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen.


0 1
0 Risico: Jeugdzorg
1 O mschrijving risico Bij de inwerkingtreding van de Jeugdwet (2015) kunnen de volgende risico’s worden onderkend: Ten eerste is de gemeente afhankelijk van de uitkomsten van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Elke rijkscirculaire kan een onverwachte daling of stijging van het budget tot gevolg hebben. Een volgend risico is dat er sprake is van een licht stijgende vraag om jeugdzorg. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Het is nog niet bekend waar de stijging door wordt veroorzaakt.


0 1
0 Een ander risico is dat voor de jaren 2015 en 2016 de gemeenten in de Jeugdzorgregio IJsselland onderlinge financiële solidariteit (‘verevening’) hebben afgesproken over de totale uitgaven voor individuele voorzieningen jeugdhulp. Eind 2016 is besloten tot het loslaten van deze verevening. Hiermee nemen de financiële risico’s voor de afzonderlijke gemeenten toe. Verder wordt vanaf het jaar 2018 de jeugdhulp (deels) op een andere manier ingekocht. Bestaande producten worden gebundeld in een beperkt aantal nieuwe trajectprijzen. Het vaststellen van de nieuwe trajectprijzen is een complexe zaak, waarbij er sprake is van belangrijke onbekende variabelen. Een te hoog vastgestelde trajectprijs betekent een risico voor de kosten. Daarnaast gaat een dermate grote wijziging gepaard met het risico op fricties in de overgangsperiode.
1 Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment bedragen aan gekoppeld kunnen worden.
2 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Om grip te krijgen op de kosten van de zorg die wordt ingezet na verwijzing door huisartsen, is in 2017 gestart met de pilot POH-JGGZ. De eerste resultaten zijn veelbelovend en er wordt gekeken of de pilot verbreed kan worden. Onder meer vanwege het hierboven genoemde risico is besloten de nieuwe inkoopsystematiek in 2018 alleen in te voeren voor de relatief lichte vormen van zorg. De raad heeft de reserve ‘Opvang effecten decentralisaties (3D’s)’ in het leven geroepen. In de reserve is een bedrag van € 3 miljoen gestort. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen.


0 1
0 Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage)
1 O mschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van te voren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2018 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 706 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering bedraagt € 13.825 per jaar. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 9.760.450. Voor de Ioaw en Ioaz bedragen deze aantallen 34 x € 15.000. Dit is een bedrag van € 510.000. Deze aannames kunnen in werkelijk afwijken.
2 Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 12.799.000), met een ruime risicokans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.270.450), ook met een ruime risicokans. Bij een forse


0 1
0 Risico: Omgevingswet
1 O mschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is nog omgeven met veel vraagpunten. Wel zijn de eerste landelijke globale cijfers bekend ten aanzien van de invoeringskosten van de nieuwe wet voor de jaren 2017 – 2024. Maar veel hangt af welke keuze een gemeente gaat maken op dit gebied.
2 Impact Steenwijkerland valt in de groep van gemeenten met een inwonersaantal tussen de 25.000 en 50.000. De invoeringskosten voor genoemde periode in onze categorie gemeenten lopen uiteen van € 445.000 tot € 4.125.000.
3 (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen rondom de invoering van de Omgevingswet worden op de voet gevolgd en het gemeentelijk projectteam werkt aan een ambitiedocument op basis waarvan in 2018 betere ramingen gemaakt kunnen worden.


0 1 2 3
0 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20%
1
2
3
4
5
6
7
8
9 40% 39% 37% 36% 33% 31%
10 0% Rek 2016 Categorie A Begr Begr Mjr Mjr 2017 2018 2019 2020 Categorie B Categorie C Mjr 2021 Kengetal


0 1 2 3
0 1a. Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20%
1
2
3
4
5
6
7
8
9 53% 53% 50% 47% 43% 40%
10 0% Rek 2016 Categorie A Begr Begr Mjr Mjr 2017 2018 2019 2020 Categorie B Categorie C Mjr 2021 Kengetal


0 1 2 3
0 2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10%
1
2
3
4
5 38% 30% 29% 30% 32% 36%
6 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr 2016 2017 2018 2019 2020 Categorie C Categorie B Categorie A Mjr 2021 Kengetal


0 1
0 3. Kengetal grondexploitatie 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5%
1
2
3
4
5
6
7 17% 17% 15% 13% 10% 7%
8 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal


0 1
0 4. Structurele exploitatieruimte 15% 10% 5% 0% -5% -10%
1
2 4,2% 1,1% 0,6% 0,6% 0,3% 0,0%
3
4
5 -15% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal


0 1 2 3
0 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20%
1
2
3 85% 88% 85% 85% 85% 85%
4 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal


2019

Bron

Categorie Risico Kans Max. impact Gewogen bedrag

0 1
0 Risico: Minimabeleid
1 Omschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabeleid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgenomen budget in de begroting 2019 bedraagt € 1,6 miljoen.
2 Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD.


0 1
0 Risico: Participatiewet (re-integratie en WSW)
1 Omschrijving risico De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is gepaard gegaan met een forse korting op de diverse rijksbijdragen.
2 Impact De economie draait op volle toeren, toch blijft het een moeilijke tijd voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Er is nog steeds een ruime risicokans dat het beschikbare budget niet toereikend is.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD/NWG. Samen met de NWG wordt naar oplossingen gezocht op het gebied van extra inkomsten of extra uitstroom.


0 1
0 Risico: Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)
1 Omschrijving risico Binnen de nieuwe Wmo worden enkele risico’s onderkend. - De rijksbijdrage wordt niet meer via een Integratie Uitkering toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten.


0 1
0 - Daarnaast wordt vanaf 2021 het budget voor beschermd wonen/maatschappelijke opvang niet meer aan de centrumgemeenten verstrekt (in ons geval Zwolle) maar aan de individuele gemeenten zelf. Op zichzelf is dit geen risico maar het is de verwachting dat de ‘herverdeling van middelen’ voor Steenwijkerland negatief zal uitvallen. - Ook het feit dat mensen (met een zorgvraag) langer thuis moeten of willen blijven wonen levert risico’s op. Deze groep groeit en hiermee wordt een groter beroep op de gemeente gedaan en wijzigt ook de aard en intensiteit van de hulpvraag aan de gemeente. - Vanaf 2018 is de prijs van een traject samen met de zorgaanbieders bepaald en is er sprake van een reële kostprijs. Ook al was het uitgangspunt dat de nieuwe methodiek moest passen binnen het bestaande budget, komende periode zal blijken of de realisatie van de hulp met de nieuwe kostprijs ook daadwerkelijk binnen het budget blijft. - Als laatste gaat, naar alle waarschijnlijkheid, in 2019 het ‘abonnementstarief’ gelden. Dit betekent dat degenen die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen hier niet meer aan bijdragen naar draagkracht maar dat iedereen een vast bedrag betaald (€ 17,50 per maand). Voor alle gemeenten zal dit een verlaging van de inkomsten betekenen. Het rijk compenseert slechts een gedeelte van deze verlaging. Daarnaast is het de verwachting dat deze maatregel zal leiden tot een ‘aanzuigende werking’ in het aantal gevraagde maatwerkvoorzieningen.
1 Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment een bedrag aan gekoppeld kan worden.
2 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017-2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft een reserve ‘Opvang effecten decentralisaties (3D’s)’ in het leven geroepen. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen.


0 1
0 Risico: Jeugdzorg
1 Omschrijving risico Sinds de inwerkingtreding van de Jeugdwet (2015) kunnen de volgende risico’s worden onderkend: - Ten eerste geldt ook hier dat de rijksbijdrage niet meer via een Integratie Uitkering wordt toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is ook bij het budget voor de jeugdzorg, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. - Een ander risico is dat er sprake is van een stijgende vraag om jeugdzorg. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Het is nog niet bekend waar de stijging door wordt veroorzaakt. Eind 2019 zal de analyse over de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg gereed zijn. - Verder wordt vanaf het jaar 2018 de jeugdhulp (deels) op een andere manier ingekocht. Bestaande producten worden gebundeld in een beperkt aantal


0 1
0 nieuwe trajectprijzen. Het vaststellen van de nieuwe trajectprijzen is een complexe zaak, waarbij er sprake is van belangrijke onbekende variabelen. Een te hoog vastgestelde trajectprijs betekent een risico voor de kosten. - Daarnaast gaat een dermate grote wijziging gepaard met het risico op fricties in de overgangsperiode.
1 Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment bedragen aan gekoppeld kunnen worden.
2 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017-2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft de reserve ‘Opvang effecten decentralisaties (3D’s)’ in het leven geroepen. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen.


0 1
0 Risico: Dividenduitkering N.V. Rendo Holding
1 Omschrijving risico Lagere dividenduitkering N.V. Rendo Holding als gevolg van afschaffing precariorechten en de algemene verordening ondergrondse infrastructuur.
2 Impact De gemeente loopt een financieel risico, doordat met ingang van het jaar 2020 de dividenduitkering lager kan uitvallen. In de begroting staat nu nog een inkomst geraamd van € 1,5 miljoen.
3 (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen over de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur tussen de verschillende gemeenten en de N.V. Rendo Holding zullen nauwlettend worden gevolgd.


0 1
0 Risico: Rentestijging
1 Omschrijving risico De rente bevindt zich op een heel laag niveau. Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar. Ook de spanningen in de wereld kunnen van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die niet te beïnvloeden zijn door ons als gemeente, maar die zich wel degelijk kunnen voordoen.
2 Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 250.000 in 2019 oplopend naar € 400.000 in 2022.
3 (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd.


0
0 Risico: BTW compensatiefonds (BCF)
1 Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW compensatiefonds. Voor dit fonds geldt wel een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis


0 1
0 toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat er meer wordt gedeclareerd dan het plafond. Dan vindt er een korting plaats op de Algemene uitkering. Door de mindere economische omstandigheden van de afgelopen jaren is dit plafond nimmer bereikt, maar komt het door de aantrekkende economie wel eerder in beeld. Tot en met 2018 is de ruimte onder het plafond, bij wijze van voorschot, onderdeel geweest van de Algemene uitkering. Met ingang van het jaar 2019 wordt geen rekening meer gehouden met bevoorschotting via de Algemene uitkering. Afrekening vindt dan plaats op rekeningbasis. Op basis van de laatst bekend zijnde gegevens over het jaar 2017 kan nog een bedrag opgenomen worden in de begroting van € 360.000 (100%). Voorzichtigheidshalve is er voor gekozen om een bedrag op te nemen van € 180.000.
1 Impact Indien het maximum van het fonds wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering. Het opgenomen risico ter hoogte van € 180.000 kan dus ook nog hoger uitvallen.
2 (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt het op te nemen budget opnieuw berekend, waarbij vooralsnog wordt uitgegaan van 50% van het maximumbedrag.


0 1
0 Risico: Invoering vennootschapsbelasting
1 Omschrijving risico Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een vennootschapsbelastingplicht. Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De activiteiten van de gemeente worden continu gemonitord op de fiscale consequenties om fouten te voorkomen, de juiste beslissingen te nemen en alleen terecht deze belasting te betalen. Het is daarom zaak feiten en omstandigheden op de juiste wijze te presenteren en alert te zijn op (wijzigingen in) bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoedbeleid. Dit geldt tevens voor activiteiten, zoals detachering van personeel, werkzaamheden voor derden en samenwerkingsovereenkomsten.
2 Impact De invoering vergt een flinke investering voor de gemeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel. In 2018 is de aangifte over 2016 ingediend en uitstel aangevraagd voor de aangifte over 2017. Het tarief bedraagt 20% voor een belastbaar bedrag tot en met € 200.000. Boven dit bedrag is het tarief 25%. Inmiddels is een voorlopige aanslag over 2016, 2017 en 2018 ontvangen en betaald. De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over deze jaren nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen over 2017. Mocht het fiscale resultaat nihil zijn zoals verwacht, dan zullen de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belasting voorzichtig inschatten. Het


0 1
0 valt niet uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting.
1 (Beheers)maatregelen De gemeente laat zich begeleiden door een extern bureau zodat het fiscale resultaat op een juiste manier kan worden vastgesteld. Daarnaast wordt geïnvesteerd in het helder documenteren en vastleggen van het werkproces via een grondslagendocument en via een fiscaal beheersysteem.


0 1
0 Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage)
1 Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van te voren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2019 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 687 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering bedraagt € 14.000 per jaar. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 9.632.000. Voor de Ioaw en Ioaz bedragen deze aantallen 53 x € 15.200. Dit is een bedrag van € 806.000. Deze aannames kunnen in werkelijk afwijken.
2 Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 13.864.000), met een ruime risicokans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.424.000), ook met een ruime risicokans. Bij een forse overschrijding van het budget kan overigens een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnet-regeling bij het rijk.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD.


0 1
0 Risico: Ontwikkeling Algemene uitkering uit het Gemeentefonds
1 Omschrijving risico Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan. In de begroting is voor het jaar


0 1
0 2019 een ontvangst geraamd van bijna € 71 miljoen, oplopend tot bijna € 72 miljoen in het jaar 2022.
1 Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. Als de uitkering tegenvalt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. De impact is de afgelopen jaren groter geworden vanwege de decentralisaties in het Sociaal domein, waardoor het gemeentefonds in omvang is toegenomen en daarmee ook het risico voor de gemeente.
2 (Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de Algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve – vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2. De reserve ‘Opvangen tekorten Sociaal domein’ is in het leven geroepen om tegenvallers binnen het Sociaal domein op te vangen.


0 1
0 Risico: Rioolheffing
1 Omschrijving risico De raad is de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing woningbouwstichting. Voor het laatst is dit gebeurd via paragraaf 3.2, weerstandsvermogen en risicobeheersing in het jaarverslag 2017. Het college heeft daarin gemeld dat er een procedure speelt van een woningstichting tegen de aanslag voor de rioolheffing van 2013, 2014 en 2015. De aan de woningstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn vernietigd. Het gaat om een bedrag van circa € 500.000 aan rioolheffing per jaar. Tegen de aanslagen 2016 t/m 2018 is ook bezwaar gemaakt. Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem. Bij uitspraak van 27 februari 2018 heeft het Hof ons hoger beroep gegrond verklaard. De aanslagen rioolheffing blijven volledig in stand. Tegen de uitspraak is beroep in cassatie bij de Hoge Raad ingesteld door de woningstichting. De uitkomst van deze procedure is niet op korte termijn te verwachten.
2 Impact De impact is moeilijk te bepalen, omdat de zaak onder de rechter is en de uitkomst onzeker. Het eventuele risico wordt ingeschat in de categorie laag. Mocht de uitkomst negatief uitvallen voor de gemeente dan gaat het om forse financiële tegenvallers.
3 (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (‘Algemene reserve - vaste buffer’). Om de risico’s te verminderen voor toekomstige aanslagen kijken wij zeer kritisch naar de onderbouwing van de kosten, waaronder de overhead en de BTW.


0 1
0 Risico: Invoering van de omgevingswet
1 Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de wet in. Na 2021 zijn we niet klaar maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029. De focus voor nu ligt op de periode tot 2021. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet toegewerkt naar de deadline waarop de wet in werking treedt. Risico’s betreffen: 1. Niet halen van de deadline van invoering door lokale of landelijke oorzaken. 2. Overschrijding van het budget voor invoering/onvoldoende middelen voor een goede invoering.
2 Impact H1. De invoering van de wet bestaat uit vele verschillende elementen waarvan sommige crucialer zijn dan andere en dus ook in meer of mindere mate invloed hebben op het halen van de deadline. Het niet halen van de deadline kan betekenen dat: a. Ambities niet (tijdig) gerealiseerd worden. Denk hierbij aan sectoraal in plaats van integraal beleid, processen die niet goed lopen en dienstverlening die nog niet voldoet aan de normen. b. Het niet (goed) kunnen uitvoeren van wettelijke taken zoals VTH. Deze risico’s kunnen op termijn zorgen voor extra uitvoeringskosten en brengen ook directe financiële risico’s met zich mee. Denk bij dit laatste – door het niet kunnen vergunnen - aan het missen van leges en het tegenhouden van ontwikkelingen. 2. De omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die op dit moment alles nog lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: a. Voorbereidings- en implementatiekosten Volgens het daarvoor gebuikte VNG-model worden deze incidentele kosten voor de periode t/m 2024 momenteel ingeschat op € 3,1 mln. Grote onzekerheden hierin betreffen onder andere de ICT-kosten en de personele kosten. De budgetvraag die waarschijnlijk in het voorjaar van 2019 zal volgen is daarnaast ook afhankelijk van het feit dat een bedrag van ongeveer 7 ton reeds beschikbaar is en van de mate waarin er voor ingezet personeel al dan niet een vervangingsvraag ontstaat. Zie voor een nadere toelichting de PM-post invoering omgevingswet. b. Verandering in de structurele lasten Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. c. Mogelijke incidentele frictiekosten Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven. oewel de hoogte van de kosten nog niet goed in te schatten zijn is het wel zeker dat in ieder geval de eerste twee categorieën kosten op zullen treden. Het


0 1
0 grootste deel van de voorbereidings- en implementatiekosten is ook niet afhankelijk van de gestelde ambities maar zullen hoe dan ook optreden. Twee risico’s bij de drie posten zijn: a. Onvoldoende toekenning van deze middelen kan leiden tot het niet halen van de deadline. De gevolgen daar van staan hiervoor al beschreven. b. Overschrijding van de voorbereidings- en implementatiekosten. Voor de berekening van de kosten is het zogenaamde VNG-model gebruikt. De hoogte van veel kosten worden echter stapsgewijs bekend de komende jaren. Dan zal blijken in hoeverre dit overeen komt met de VNG-ramingen.
1 (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie wordt het programma invoering omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. Risico’s die te groot dreigen te worden of daadwerkelijk optreden worden besproken in de stuurgroep omgevingswet van waaruit beheersmaatregelen worden genomen.


0 1
0 Risico: Verhoging van de afvalstoffenbelasting
1 Omschrijving risico De verhoging van de afvalstoffenbelasting heeft consequenties voor de hoogte van de afvalstoffenheffing. De verwachting is dat de afvalstoffenbelasting verdubbelt. Ook zullen (verwachte) gedragseffecten ontstaan met een indexering van de afgesproken verhoging. Deze plannen van de regering zijn onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel.
2 Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing
3 (Beheers)maatregelen Voorbeeld: periodieke monitoring (aangeven de wijze waarop monitoring wordt ingevuld). Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen.


0 1
0 Risico: Dalende inkomsten bij kunststofverpakkingsmateriaal
1 Omschrijving risico Het ministerie van IenM, de VNG en het verpakkend bedrijfsleven hebben vergoedingsafspraken gemaakt voor de inzameling en sortering van het kunststof verpakkingsafval. Gemeenten laten kunststofverpakkingsafval en drankenkartons inzamelen, sorteren en recyclen. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding, mits het materiaal voldoet aan een aantal voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat de materiaalfracties voldoen aan afgesproken kwaliteitseisen. We zien dat de inkomsten uit plastic terug lopen. Ook zien we meer vervuiling in deze stroom. Dit betekent dat ladingen worden afgekeurd. Een afgekeurde lading PMD wordt verbrand als restafval. Hiervoor ontvangen we dan ook geen vergoeding.
2 Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing


0 1
0 Risico: Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling
1 Omschrijving risico Op Prinsjesdag heeft het kabinet de uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling gepresenteerd. Het exploiteren van een sportaccommodatie met een winstoogmerk is en blijft belast met BTW. Het exploiteren van een sportaccommodatie zonder winstoogmerk wordt vrijgesteld van btw. Gemeenten en sportstichtingen hebben geen winstoogmerk en worden vrijgesteld van de heffing van BTW. Hierdoor vervalt ook het recht op aftrek van voorbelasting voor de kosten die toerekenbaar zijn aan de terbeschikkingstelling van sportaccommodaties aan sportverenigingen. Op grond van de overgangsregeling hoeft geen BTW te worden terugbetaald die in verband met de sportaccommodatie in het verleden in aftrek is genomen. De BTW-herzieningsregels zijn niet van toepassing.
2 Impact D DDe wetswijziging zal zorgen voor een grote toename van situaties waarin de btw niet kan worden verrekend. Gemeenten kunnen subsidie aanvragen voor deze ‘btw-schade’ door het indienen van de zogenaamde SPUK voor 1 december 2018. Het uitkeringsplafond bedraag voor het jaar 2019 € 152 miljoen en wordt naar rato verdeeld. De kans is groot dat het beschikbare bedrag wordt overvraagd en de gemeente maar een deel van de btw-schade vergoed krijgt. e wetswijziging heeft ook gevolgen voor sportstichtingen binnen onze gemeente: ook zij verliezen het recht op aftrek van voorbelasting. Er is een nieuwe subsidieregeling voor amateursportorganisaties, maar hiervoor komen alleen de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties in aanmerking, of de aanschaf of onderhoud van sportmaterialen. Er worden geen subsidies verstrekt van minder dan € 5.000. Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 87 miljoen en wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen. e BTW op de exploitatiekosten (bijvoorbeeld de energiekosten) komt niet in aanmerking voor subsidie. Hierdoor zullen de kosten van de exploitatie van sportaccommodaties zoals de zwembaden stijgen.
3 (Beheers)maatregelen Scherper in beeld brengen van de financiële gevolgen incl. de genoemde vergoedingen vanuit het Rijk.


0 1
0 Risico: Prijsstijgingen gas en elektra
1 Omschrijving risico Overschrijding Energiebudgetten
2 Impact Forse overschrijding van de energie budgetten doordat de energieprijzen sterk gestegen zijn. Voor 2019 en 2020 wordt per Mh het dubbele betaald t.o.v. afgelopen jaren. Het energieverbruik is een deel van de kosten.


0 1
0 Risico: Onderhoud openbare ruimte
1 Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn niet over hele linie op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, maar in sommige gevallen op ‘beperkt basis’.
2 Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000. Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages


0 1
0 Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein
1 Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonitord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een projectenlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzichtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de kans van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans-niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%.
2 Impact Om in zijn algemeenheid iets te kunnen zeggen over de financiële risico’s van alle lopende investeringsprojecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde impact van ca. 25% van de totale investerings-omvang. De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment ca. € 14,5 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 3,6 miljoen.


0 1 2 3
0 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen180%160%140%120%100%80%60%40%20%
1
2
3
4
5
6
7
8
9 42% 36%34%33%30% 28%
10 0%Rek2017Categorie A BegrBegrMjrMjr2018201920202021Categorie BCategorie C Mjr2022Kengetal


0 1 2 3
0 1a. Netto schuldquote180%160%140%120%100%80%60%40%20%
1
2
3
4
5
6
7
8
9 54% 49%45%43%40% 37%
10 0%Rek2017Categorie A BegrBegrMjrMjr2018201920202021Categorie BCategorie C Mjr2022Kengetal


0 1 2 3
0 2. Solvabiliteitsratio80%70%60%50%40%30%20%10%
1
2
3
4 32%
5 38% 29%27%28%30%
6 0%RekBegrBegrMjrMjr20172018201920202021Categorie CCategorie BCategorie A Mjr2022Kengetal


0 1 2 3
0 3. Kengetal grondexploitatie50%45%40%35%30%25%20%15%10%5%
1
2
3
4
5
6
7 17% 18%16%14%11% 7%
8
9 0%Rek2017Categorie A BegrBegrMjrMjr2018201920202021Categorie BCategorie C Mjr2022Kengetal


0 1 2 3
0 4. Structurele exploitatieruimte15%10%5%0%-5%-10%
1
2
3 -0,2% 1,0%0,2%0,3%0,0% 0,3%
4
5
6 -15%Rek2017Categorie C BegrBegrMjrMjrMjr20182019202020212022Categorie BCategorie AKengetal


0 1
0 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden140%120%100%80%60%40%20%
1
2
3 88%85%86%86%86%86%
4 0%RekBegrBegrMjrMjrMjr201720182019202020212022Categorie ACategorie BCategorie CKengetal


2020

Bron

Categorie Risico Kans Max. impact Gewogen bedrag
Overig Dalende inkomsten bij kunststofverpakkingsmateriaal None None None
Belasting Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling 60.0 125000.0 75000.0
Dividend/Rente Dividenduitkering nutsbedrijven None None None
Belasting Waardering Onroerende Zaken 40.0 200000.0 80000.0
Dividend/Rente Rentestijging 20.0 100000.0 20000.0
Belasting Rioolheffing None None None
Sociaal domein Minimabeleid 20.0 230000.0 46000.0
Sociaal domein Participatiewet (re-integratie en WSW) None None None
Sociaal domein WMO None None None
Sociaal domein Jeugdzorg None None None
Dividend/Rente Dividenduitkering Rendo None None None
Belasting BTW-compensatiefonds 40.0 300000.0 120000.0
Belasting Vennootschapsbelasting None None None
Kapitaalgoederen Onderhoud openbare ruimte 20.0 500000.0 100000.0
GR / Verbonden partijen Participatiewet (rijksbijdrage) 20.0 1240000.0 248000.0
BUIG Participatiewet (uitkeringen) 20.0 1021000.0 204200.0
Gemeentefonds Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds None None None
Omgevingswet Omgevingswet None None None
Belasting Verhoging van de afvalstoffenbelasting None None None
Kapitaalgoederen Investeringsprojecten ruimtelijk domein 40.0 3600000.0 1440000.0
Omgevingswet Proj. openbare ruimte en PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) None None None

0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
0 5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20%
1
2
3
4
5 86% 86% 86% 86% 85% 85%
6 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Categorie A Categorie B Categorie C


0 1 2 3
0 6. Weerstandsratio 2,50 2,00 1,50 1,00 0,50
1
2 2,21
3 1,10
4
5 0,00 0,00 0,00 0,00
6 0,00 Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Categorie A Categorie B Categorie C


0 1
0 Risico: Dalende inkomsten bij kunststofverpakkingsmateriaal
1 Omschrijving risico Het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de VNG en het verpakkend bedrijfsleven hebben vergoedingsafspraken gemaakt voor de inzameling en sortering van het kunststof verpakkingsafval. Gemeenten laten kunststofverpakkingsafval en drankenkartons inzamelen, sorteren en recyclen. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding, mits het materiaal voldoet aan een aantal voorwaarden. Eén van die voorwaarden is dat de materiaalfracties voldoen aan afgesproken kwaliteitseisen. We zien dat de inkomsten uit plastic teruglopen. Ook zien we meer vervuiling in deze stroom. Dit betekent dat ladingen worden afgekeurd. Een afgekeurde lading plastic verpakkingen, metaal en drinkpakken (PMD) wordt verbrand als restafval. Hiervoor ontvangen we dan ook geen vergoeding. Er dient een nieuwe overeenkomst te worden afgesloten met vergoedingen die naar alle waarschijnlijkheid lager zullen uitvallen.
2 Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing
3 (Beheers)maatregelen Om afkeuringen te voorkomen zetten we extra in op communicatie. Daarnaast is de egalisatievoorziening reiniging beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen.


0 1
0 Risico: Uitbreiding van de BTW-sportvrijstelling
1 Omschrijving risico De Nederlandse sportvrijstelling BTW is per 1 januari 2019 gewijzigd. Tot dan toe konden gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de BTW die aan hen in rekening werd gebracht in aftrek brengen. Het recht op aftrek is, mede vanwege Europese jurisprudentie, komen te vervallen. Deze verruiming van de sportvrijstelling leidt tot een structurele extra belastingopbrengst van € 241 miljoen voor de rijksoverheid. Daartegenover staan de extra kosten voor gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen. Om de kostenstijging voor gemeenten te beperken heeft het kabinet een subsidieregeling in het leven geroepen voor vooralsnog 5 jaar; de regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK). Het exact toe te kennen bedrag uit de SPUK wordt achteraf vastgesteld. De systematiek komt erop neer dat het budget voor SPUK-toekenningen bij het Rijk gemaximaliseerd is. Als er meer aangevraagd wordt dan er budget beschikbaar is bij het Rijk dan wordt het beschikbaar budget evenredig verdeeld over de aanvragers. In dat geval is het aannemelijk dat gemeenten minder ontvangen dan aangevraagd. De kans is groot dat het beschikbare bedrag wordt overvraagd en de gemeente maar een deel van de BTW-schade vergoed krijgt.


0 1
0 Voor de overige sportstichtingen is het vervallen van de BTW-aftrek op de exploitatielasten mogelijk een nadeel. Stichtingen hebben aan de andere kant ook voordeel bij de nieuwe regeling omdat ze de BTW op verkoop niet meer hoeven af te dragen. Het gevolg van de verruiming van de sportvrijstelling en de niet meer aftrekbare BTW, kan voor de stichtingen tot een lager resultaat leiden. De BTW op de kosten zijn immers nu ook kosten geworden. Uiteindelijk zullen zij waarschijnlijk bij de gemeente aankloppen voor een hogere subsidie of lagere huur. Al met al zal de gemeente bij moeten/gaan springen.
1 Impact Gemeente Steenwijkerland heeft in 2019 een SPUK-aanvraag voor € 377.000 ingediend. Het uitkeringsplafond bedraag voor het jaar 2019 € 152 miljoen. De kans is groot dat het beschikbare bedrag wordt overvraagd en de gemeente maar een deel van de BTW-schade vergoed krijgt. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%, in de categorie laag. De BTW-schade wordt gekwantificeerd op ongeveer € 125.000.
2 (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen volgen en continue monitoring.


0 1
0 Risico: Dividenduitkering nutsbedrijven
1 Omschrijving risico Lagere of geen dividenduitkering van nutsbedrijven als gevolg van verdere verlaging van de WACC (vermogenskostenvoet) van 3,4% naar 2,7%. Gevolg een lager bedrijfsresultaat en een lagere of geen dividenduitkering.
2 Impact Forse daling van de dividendopbrengst van met name Vitens N.V. en Enexis Holding N.V..
3 (Beheers)maatregelen Via de P& C cyclus worden de gevolgen van de lagere dividendopbrengst gevolgd.


0 1
0 Risico: Waardering Onroerende zaken
1 Omschrijving risico In 2019 is een financiële tegenvaller ontstaan doordat er relatief veel bezwaarschriften zijn ingediend als gevolg van forse waardestijgingen (normaliter 400 bezwaarschriften, in 2019 zijn het 1200). Hierdoor is extra inhuur noodzakelijk. Ook zijn we als gemeente wettelijk verplicht om een proceskostenvergoeding aan een No Cure No Pay bureau te betalen als een bezwaarschrift gegrond blijkt te zijn. Huidige inschatting is dat in 2019 aan kostenvergoeding aan No Cure No Pay bureaus voor WOZ-bezwaren een bedrag van € 300.000 verschuldigd is. Voor 2020 is het onzeker hoeveel bezwaarschriften we ontvangen en hoeveel daarvan via No Cure No Pay bureaus zal gaan. Doordat we onze WOZ-waarden nog beter gaan onderbouwen (zie beheersmaatregel) schatten we in dat we minder geld kwijt zijn aan No Cure No Pay bureaus. Een voorzichtige schatting voor 2020 komt dan uit op € 200.000 aan risico.
2 Impact De gemeente loopt een financieel risico doordat veel burgers een No Cure No Pay bureau inschakelen. De kans bestaat dat er in 2020 ook relatief veel bezwaren worden ingediend en we meer kosten gaan maken.
3 (Beheers)maatregelen Belangrijkste beheersmaatregel is het nog beter onderbouwen van de WOZwaarden, waardoor er achteraf minder hoeft te worden bijgesteld (en we minder geld kwijt zijn aan No Cure No Pay bureaus). Vanaf 2022 zijn gemeenten verplicht om te waarderen op basis van gebruiksoppervlakte. Voor onze gemeente betekent dit dat voor alle woningen de gebruiksoppervlakte moet worden vastgesteld,


0 1
0 Risico: Rentestijging
1 Omschrijving risico De rente bevindt zich op een heel laag niveau. Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar. Ook de spanningen in de wereld kunnen van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die niet te beïnvloeden zijn door ons als gemeente, maar die zich wel degelijk kunnen voordoen.
2 Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 100.000 in 2020 oplopend naar € 400.000 in 2024.
3 (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd.


0 1
0 Risico: Rioolheffing
1 Omschrijving risico De raad is de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing woningbouwstichting. Het college heeft gemeld dat er een procedure speelt van een woningstichting tegen de aanslag voor de rioolheffing van 2013, 2014 en 2015. Op 21 juni 2019 heeft de Hoge Raad de cassatieberoepen op alle punten ongegrond verklaard. De verordeningen en de opgelegde aanslagen rioolheffing blijven daarom in stand. Daarmee is dit niet langer een risico voor onze financiële positie. Tegen de aanslagen 2016 tot en met 2019 is ook bezwaar gemaakt door de woningstichting. Deze zaken lopen nog.
2 Impact Het eventuele risico inzake de aanslagen 2016 tot en met 2019 wordt ingeschat in de categorie laag.
3 (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (‘Algemene reserve - vaste buffer’). Om de risico’s te verminderen voor toekomstige aanslagen kijken wij zeer kritisch naar de onderbouwing van de kosten, waaronder de overhead en de BTW.


0 1
0 Risico: Minimabeleid
1 Omschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabeleid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgenomen budget in de begroting 2020 bedraagt € 2,3 miljoen.
2 Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages.


0 1
0 Risico: Participatiewet (re-integratie en WSW)
1 Omschrijving risico De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is gepaard gegaan met een forse korting op de diverse rijksbijdragen.
2 Impact Ondanks het feit dat de economie afgelopen jaar is aangetrokken blijft het een moeilijke tijd voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Er is nog steeds een ruime risicokans dat het beschikbare budget niet toereikend is.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de NWG. Samen met de NWG wordt naar oplossingen gezocht op het gebied van extra inkomsten of extra uitstroom.


0 1
0 Risico: Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)
1 Omschrijving risico Binnen de nieuwe Wmo worden enkele risico’s onderkend. - De rijksbijdrage wordt niet meer via een Integratie Uitkering toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via de methodiek van het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. - Ook het feit dat mensen (met een zorgvraag) langer thuis moeten of willen blijven wonen levert risico’s op. Deze groep groeit en hiermee wordt een groter beroep op de gemeente gedaan en wijzigt ook de aard en intensiteit van de hulpvraag aan de gemeente. - Vanaf 2018 is de prijs van een traject samen met de zorgaanbieders bepaald en is er sprake van een reële kostprijs. Ook al was het uitgangspunt dat de nieuwe methodiek moest passen binnen het bestaande budget, komende periode zal blijken of de realisatie van de hulp met de nieuwe kostprijs ook daadwerkelijk binnen het budget blijft. - In 2019 is het ‘abonnementstarief’ in gegaan. Dit betekent dat degenen die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen hier niet meer aan bijdragen naar draagkracht maar dat iedereen een vast bedrag betaalt (vanaf 2020 € 20 per maand). Voor alle gemeenten zal dit een verlaging van de inkomsten betekenen. Het Rijk compenseert slechts een gedeelte van deze verlaging. Daarnaast is het de verwachting dat deze maatregel zal leiden tot een ‘aanzuigende werking’ in het aantal gevraagde maatwerkvoorzieningen.
2 Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment een bedrag aan gekoppeld kan worden.
3 (Beheers)maatregelen - Periodieke monitoring via de P&C cyclus. - Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017-2020 door middel van de transformatie agenda. - De raad heeft een reserve opvangen tekorten Sociaal Domein in het leven geroepen. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen (stand is nu nog € 854.000).


0 1
0 - Ten eerste geldt ook hier dat de rijksbijdrage niet meer via een Integratie Uitkering wordt toegekend aan de gemeenten maar verstrekt via de methodiek van het Gemeentefonds. Wat hier het effect van is ook bij het budget voor de jeugdzorg, nu en op langere termijn, is moeilijk in te schatten. - Een ander risico is dat er sprake is van een stijgende vraag om jeugdzorg. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Het is nog niet bekend waar de stijging door wordt veroorzaakt. - Verder wordt vanaf het jaar 2018 de jeugdhulp (deels) op een andere manier ingekocht. Bestaande producten worden gebundeld in een beperkt aantal nieuwe trajectprijzen. Het vaststellen van de nieuwe trajectprijzen is een complexe zaak, waarbij er sprake is van belangrijke onbekende variabelen. Een te hoog vastgestelde trajectprijs betekent een risico voor de kosten. - Daarnaast gaat een dermate grote wijziging gepaard met het risico op fricties in de overgangsperiode.
1 Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment bedragen aan gekoppeld kunnen worden.
2 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. In 2019 is een Plan van Aanpak Jeugdzorg opgesteld. Hierin zijn diverse maatregelen benoemd die uiteindelijk moeten leiden tot een verlaging van de kosten voor de jeugdhulp. Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017-2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft de reserve opvangen tekorten Sociaal Domein in het leven geroepen. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen.


0 1
0 Risico: Dividenduitkering Rendo
1 Omschrijving risico Lagere dividenduitkering N.V. Rendo Holding als gevolg van afschaffing precariorechten en de algemene verordening ondergrondse infrastructuur.
2 Impact De gemeente loopt een financieel risico, doordat met ingang van het jaar 2020 de dividenduitkering lager kan uitvallen. In de begroting is nu nog een bedrag geraamd van € 1,5 miljoen structureel.
3 (Beheers)maatregelen De ontwikkelingen over de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur tussen de verschillende gemeenten en de N.V. Rendo Holding zullen nauwlettend worden gevolgd.


0 1
0 Risico: BTW-compensatiefonds
1 Omschrijving risico Gemeenten declareren BTW terug op grond van het BTW-compensatiefonds (BCF). Voor dit fonds geldt een maximaal te declareren bedrag. Zolang dit zogeheten plafond niet is bereikt, wordt het niet gebruikte gedeelte op begrotingsbasis toegevoegd aan de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Omgekeerd kan het ook zo zijn dat er meer wordt gedeclareerd dan het plafond. Dan vindt er een korting plaats op de Algemene uitkering. Voor de begroting 2020 met bijbehorende meerjarenraming is in de meicirculaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2018, zijnde € 100.000 in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te


0 1
0 gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Sterker nog, ze geven ter overweging een lagere of zelfs helemaal geen raming meer te maken omdat het totaal van gemeentelijke declaraties op korte termijn zou kunnen omslaan in een overschrijding van het plafond en dus een uitname uit het gemeentefonds. Voorzichtigheidshalve is er voor gekozen om geen bedrag op te nemen.
1 Impact Indien het maximum van het fonds wordt bereikt of een overschrijding hiervan in enig jaar, betekent dit dat er een nadeel optreedt binnen de Algemene uitkering. Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 50%, in de categorie hoog. Het opgenomen risico ter hoogte van € 100.000 kan dus ook nog hoger uitvallen, oplopend naar € 300.000.
2 (Beheers)maatregelen Elk jaar wordt het op te nemen budget opnieuw berekend.


0 1
0 Risico: Vennootschapsbelasting
1 Omschrijving risico Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een vennootschapsbelastingplicht. Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De activiteiten van de gemeente zullen continu gemonitord moeten worden op de fiscale consequenties om fouten te voorkomen, de juiste beslissingen te nemen en alleen terecht deze belasting te betalen. Het is daarom zaak feiten en omstandigheden op de juiste wijze te presenteren en alert te zijn op (wijzigingen in) bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoedbeleid. Dit geldt tevens voor activiteiten, zoals detachering van personeel, werkzaamheden voor derden en samenwerkingsovereenkomsten.
2 Impact De invoering vergt een flinke investering voor de gemeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel. In 2018 is de aangifte over 2016 ingediend en uitstel aangevraagd voor de aangifte over 2017 en 2018. Inmiddels is een voorlopige aanslag over de jaren 2016 t/m 2019 ontvangen en betaald. De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over deze jaren nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopige aangifte in te dienen en te betalen. Mocht het fiscale resultaat nihil zijn zoals verwacht, dan zullen de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belasting voorzichtig inschatten. Het valt niet uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting.
3 (Beheers)maatregelen De belastingdienst geeft de mogelijkheid aan gemeenten om een vaststellingsovereenkomst (VSO) te sluiten over de waarde van de grondvoorraad voor de openingsbalans en de daarmee samenhangende toerekenbare rente. Begin 2019 is er een verzoek tot vooroverleg ingediend bij de belastingdienst om te komen tot een VSO. De eerste indruk is dat dit voordeliger is voor de gemeente Steenwijkerland, de berekening is eenvoudiger en het geeft zekerheid. Najaar 2019


0 1
0 Risico: Onderhoud openbare ruimte
1 Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. In 2017 zijn de beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen geactualiseerd en is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn niet over hele linie op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, maar in sommige gevallen op ‘beperkt basis’ en begraven op “hoog”.
2 Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000. Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans.
3 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages


0 1
0 Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage)
1 Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het Rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het Rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van tevoren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2020 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 675 bijstandsuitkeringen worden verstrekt. Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering bedraagt € 14.000 per jaar. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 9.450.000. Voor de Ioaw en Ioaz bedragen deze aantallen 50 x € 15.200. Dit is een bedrag van € 760.000. Deze aannames kunnen in werkelijkheid afwijken.
2 Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 12.396.000), met een ruime risicokans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.210.000), ook met een ruime risicokans. Bij een forse


0 1
0 Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds
1 Omschrijving risico H D Gemeenten ontvangen het grootste gedeelte van hun inkomsten uit de Algemene uitkering van het Gemeentefonds. Hoeveel uitkering wordt ontvangen is voor een groot gedeelte afhankelijk van de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres heeft de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op een goede manier mee om te gaan. et Rijk en gemeenten hebben in mei 2018 afgesproken om de verdeling van de middelen in het sociaal domein en de verdeling van de andere middelen in het gemeentefonds vanaf 2021 integraal te herzien. Gemeenten hebben in het sociaal en het fysiek domein meer taken gekregen en ook maatschappelijke ontwikkelingen zijn door gegaan. De financiële verhouding moet bij deze ontwikkelingen aansluiten. In de verdeelmodellen van het sociaal domein zitten discrepanties die ervoor zorgen dat sommige gemeenten minder geld van het Rijk ontvangen voor het sociaal domein dan zij op basis van hun kostenstructuur nodig hebben. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein is erop gericht om de financiële problemen van deze gemeenten als gevolg van een verkeerde verdeling op te lossen. Een positief herverdeeleffect voor de ene gemeente leidt echter altijd tot een negatief herverdeeleffect bij een andere gemeente. De herziening van de verdeelmodellen sociaal domein kan dus voor onze gemeente tot een financieel nadeel leiden. e wijziging van het woonplaatsbeginsel Jeugd zal ook financiële effecten hebben. Het budget voor voogdij en 18+ kan na wijziging van het woonplaatsbeginsel objectief verdeeld gaan worden, en hoeft niet meer op basis van historisch zorggebruik verdeeld te worden. Dit loopt mee in de evaluatie van de verdeelmodellen welke momenteel plaatsvindt en in 2021 tot aangepaste verdeelmodellen zal leiden. Gemeenten worden uiterlijk in de meicirculaire 2020 over de uitkomsten geïnformeerd.
2 Impact De gemeente is voor een groot gedeelte afhankelijk van de inkomsten uit het Gemeentefonds. In de begroting is voor het jaar 2020 een ontvangst geraamd van bijna € 74 miljoen. Als de uitkering tegenvalt, kan dit betekenen dat het financieel beleid moet worden bijgesteld. De impact is de afgelopen jaren groter geworden vanwege de decentralisaties in het Sociaal domein, waardoor het gemeentefonds in omvang is toegenomen en daarmee ook het risico voor de gemeente.
3 (Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de Algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2. De reserve ‘Opvangen tekorten Sociaal domein’ is in het leven geroepen om tegenvallers binnen het Sociaal domein op te vangen.


0 1
0 Risico: Omgevingswet
1 Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is een grote opgave voor de organisatie. Op 1 januari 2021 gaat de wet in. Na 2021 zijn we niet klaar, maar zullen we de omgevingswet nog verder implementeren. Dit traject loopt tot uiterlijk 2029. De focus voor nu ligt op de periode tot 2021. Momenteel wordt vanuit het programma invoering omgevingswet toegewerkt naar de deadline waarop de wet in werking treedt. Risico’s betreffen: 1. Niet halen van de deadline van invoering door lokale of landelijke oorzaken en daarmee niet kunnen uitvoeren van wettelijke taken per 1-1-21. 2. Niet halen van de deadline/op schema blijven lopen en daarmee niet halen van eigen ambities. 3. Overschrijding van het budget voor invoering/onvoldoende middelen voor een goede invoering.
2 Impact A 1. De invoering van de wet bestaat uit vele verschillende elementen waarvan sommige crucialer zijn dan andere. Om inzichtelijk te maken wat per se op 1-121 gereed moet zijn heeft de VNG een lijst met minimale acties geformuleerd om voorbereid te zijn op de omgevingswet. Voor de meeste van de acties op deze lijst lopen we op schema. Er is één actie die momenteel als risico wordt ingeschat: - Inrichting van de gewijzigde vergunningprocedure (met 8 weken als standaard) en de daarvoor benodigde ketensamenwerking. Het mogelijke gevolg van het optreden van dit risico is dat we per 1-1-21 geen vergunningen meer kunnen verstrekken en daarmee de ontwikkelingen in het fysieke domein op slot gaan. De oorzaak is meervoudig: beperkte capaciteit in de organisatie, onduidelijkheid over noodzaak gebruik toepasbare regels en de stappen die in regionaal verband nog gezet moeten worden qua samenwerking. 2. Aanvullend op hetgeen dat we (wettelijk gezien) klaar moeten hebben is binnen het programma omgevingswet ook een eigen ambitie geformuleerd aansluitend op de ambities van het college en de organisatie. Omdat het hier gaat om ambities en niet om wettelijke vereisten is de deadline van 1-1-21 minder hard, maar de wenselijkheid van het halen van deze bestuurlijke ambities is er niet minder om. ls we kijken naar de doelen uit de bestuursprogramma’s en de in het verlengde daarvan opgestelde ambities ten aanzien van de invoering van de wet, dan doen zich de volgende risico’s voor: - Beperktere aansluiting op de wensen en behoeften van inwoners, met name de tevredenheid over (digitale) contacten/communicatie en het gebruik van serviceformules doordat vooral wordt gefocust op de (verplichte) techniek en te weinig tijd beschikbaar is om medewerkers te trainen in de juiste houding en gedrag. - Participatie zit in ons bloed & goed verwachtingenmanagement: deze ambities betekenen dat medewerkers hierin getraind moeten worden. Doorlopend en intensief. Omdat er geen harde grens is aan de mate waarin we dit moeten – dat bepalen we zelf – kan dit bij te beperkte capaciteit in de knel komen.


0 1
0 3 - De vraag staat centraal willen we bereiken door het invoeren van een initiatieventeam. Een team dat zich snel en integraal buigt over initiatieven. Omdat de deadline van 1-1-21 vooral geldt voor het technisch kunnen afhandelen van een aanvraag en de werkwijze van een team vooral een cultuurverandering is kan deze ambitie in de knel komen door te beperkte aandacht hiervoor. - Sectoraal in plaats van integraal beleid vanwege onvoldoende samenwerking en afstemming met als gevolg tegenstrijdige uitgangspunten, etc. De risico’s die hier genoemd staan zijn die bestuurlijke ambities uit het coalitieakkoord, de begroting of het programma omgevingswet die in het gedrang komen als we te weinig capaciteit vrij maken voor de invoering van de omgevingswet. Het zijn – in tegenstelling tot de minimale (wettelijke) acties onder punt 1 - geen zaken die per se geregeld moeten zijn op 1-1-21, maar wel belangrijke ambities van dit college. . Tot slot blijft de omgevingswet een financieel risico met zich meebrengen. De omgevingswet brengt drie soorten kosten met zich mee die lastig in te schatten zijn en in die zin een risico vormen: - Voorbereidings- en implementatiekosten - Om deze in te kunnen schatten is het VNG-model gebruikt. Doordat dit model in vergelijking met vorig jaar beter ingevuld kon worden heeft dit tot een inschatting van de kosten voor de komende jaren en een claim bij de afgelopen PPN geleid. Voor 2020 gaat dit om een bedrag van bijna een miljoen euro. Met het bij de PPN vastgestelde bestedingsplan wordt dit risico als flink kleiner dan voorheen ingeschat. Onzekerheid blijft natuurlijk altijd aanwezig, maar bij (verwachte) afwijkingen wordt uw raad bij het voorjaars- en najaarsmoment geïnformeerd. - Verandering in de structurele lasten - Deze lasten kunnen wijzigen door een verandering in de personeelsbehoefte en een vermoedelijke daling van de legesopbrengsten. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven, dat zal pas mogelijk zijn als er grote stappen zijn gezet met de omgevingsvisie en het omgevingsplan. - Mogelijke incidentele frictiekosten - Deze kosten kunnen optreden als gevolg van een verschuiving in het personeel. Een kwantitatieve duiding is nog niet te geven.
1 (Beheers)maatregelen Binnen de organisatie is het programma omgevingswet opgezet. In dit programma worden de inhoudelijke en financiële risico’s in de gaten gehouden en worden er maatregelen op getroffen. Risico’s die te groot dreigen te worden of daadwerkelijk optreden worden besproken in de stuurgroep omgevingswet van waaruit beheersmaatregelen worden genomen. In relatie tot voorgaande risico’s worden/zijn de volgende maatregelen genomen 1. Om de vergunningprocedure goed in te richten is enerzijds de hulp ingeschakeld van een bureau dat de processen uitwerkt en wordt anderzijds t.z.t. een implementatiemanager ingezet die deze processen daadwerkelijk moet laten werken in de organisatie. 2. Op de tweede groep risico’s met betrekking tot de eigen lokale ambities worden geen specifieke beheersmaatregelen getroffen. Wel wordt continu gekeken naar de voortgang van het programma, de beschikbare capaciteit en de balans tussen interne en externe inzet.


0 1
0 Risico: Verhoging van de afvalstoffenbelasting
1 Omschrijving risico Gedurende de periode 1 januari 2019 tot 1 juli 2021 vallen wij onder een zogenaamde overgangsregeling waardoor wij nog niet worden aangeslagen voor de afvalstoffenbelasting. Het risico bestaat dat dit tarief in de toekomst hoger ligt dan het huidige tarief. De verwachting is dat de afvalstoffenbelasting zou kunnen verdubbelen. Deze plannen van de regering zijn onderdeel van het vergroenen van het belastingstelsel.
2 Impact Financieel: verhoging van de afvalstoffenheffing
3 (Beheers)maatregelen De egalisatievoorziening reiniging is beschikbaar om financiële tegenvallers op te vangen en daarmee tariefschommelingen zoveel mogelijk te voorkomen.


0 1
0 Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein
1 Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonitord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een projectenlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inzichtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de kans van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans-niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%.
2 Impact Om in zijn algemeenheid iets te kunnen zeggen over de financiële risico’s van alle lopende investeringsprojecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde impact van circa 25% van de totale investerings-omvang. De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment ca. € 14,5 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 3,6 miljoen.
3 (Beheers)maatregelen Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheersing van de risico’s gemonitord.


0 1
0 Risico: Projecten Openbare Ruimte en de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof)
1 Omschrijving risico Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom hebben we een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld voor wegenbouw) waar stikstof bij vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS), een programma om de stikstofuitstoot rond Natura 2000-gebieden te verminderen. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State de PAS ongeldig verklaard, omdat de PAS in strijd is met de Europese Wetgeving.
2 Impact Het verbieden van de PAS heeft directe gevolgen voor lopende vergunningaanvragen en toekomstige initiatieven voor projecten: deze komen in ieder geval tijdelijk stil te liggen en kunnen verder in de procedure geen gebruik meer maken van de PAS, omdat PAS nu geen status meer heeft.
3 (Beheers)maatregelen Rijksoverheid werkt aan een nieuwe aanpak stikstof.


0 1 2
0 1a. Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20%
1
2
3
4
5
6 73% 71% 70% 65% 61% 52%
7 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Categorie A Categorie B Categorie C


0 1 2
0 1a. Netto schuldquote 180% 160% 140% 120% 100% 80% 60% 40% 20%
1
2
3
4
5
6 73% 71% 70% 65% 61% 52%
7 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Categorie A Categorie B Categorie C


0 1 2
0 2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10%
1
2
3
4
5 35% 25% 24% 22% 22% 22%
6
7 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Categorie C Categorie B Categorie A


0 1 2
0 3. Kengetal grondexploitatie 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5%
1
2
3
4
5
6
7
8 14% 11% 9% 8% 6% 5%
9
10 0% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Categorie A Categorie B Categorie C


0 1 2
0 4. Structurele exploitatieruimte 2% 2% 1% 1% 0% -1% -1% -2%
1
2
3 0,6% 0,0% 0,0% 0,0% 0,7% -1,4%
4
5
6
7
8 -2% Rek Begr Begr Mjr Mjr Mjr 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Categorie C Categorie B Categorie A